Sman Business Value Blog

Beoordeling dividendbeleid

Dividendbeleid is een zaak van de aandeelhouders. Doorgaans zijn terzake bepalingen opgenomen in de statuten van de vennootschap: in de aandeelhoudersvergadering (AvA) wordt het besluit genomen of en hoeveel dividend wordt uitgekeerd. Daarna beoordeelt het bestuur van de vennootschap middels een uitkeringstoets of het besluit uitvoerbaar is gezien de financiële positie van de vennootschap.

In de AvA beslist de meerderheid (tenzij bijzondere bepalingen zijn opgenomen). Dit heeft tot gevolg dat (individuele) minderheidsaandeelhouders geen invloed kunnen uitoefenen op het dividendbeleid. Toch kan dividend niet altijd gepasseerd worden. In verschillende uitspraken heeft onder meer de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (OK) bepaald dat winst in principe moet worden uitgekeerd, tenzij belangen die zwaarder wegen dan de belangen van de (minderheids-)aandeelhouder zich daartegen verzetten. Althans, de AvA kan niet langdurig en zonder geldige reden dividend passeren. Of daarna uitkering plaatsvindt hangt natuurlijk af van de uitkomst van de uitkeringstoets.

Meerdere jaren geen dividenduitkering

Wij zijn in het najaar van 2020 opgetreden als door de Ondernemingskamer benoemde deskundige in een zaak waarbij de meerderheidsaandeelhouder in een vennootschap over een periode van meerdere jaren geen dividend uitkeerde. Aan ons werd, kortweg, gevraagd of (i) de vennootschap terecht heeft kunnen besluiten over een aantal voorbije jaren geen dividend uit te keren, en (ii) of het bestaande dividendbeleid voldoende rekening hield met de belangen van alle betrokkenen.

De meerderheidsaandeelhouder, tevens bestuurder, voerde aan dat de uitkeringstoets uitkering zou verhinderen. Daarom werd ook geen besluit in de AvA genomen. Als belangrijke reden werd verder aangevoerd dat de machines en installaties verouderd waren, en dat de ingehouden winst zou worden aangewend voor renovaties van het vastgoed in eigendom (daartoe was inmiddels een substantiële voorziening opgebouwd) en voor uitbreidingsinvesteringen. De minderheidsaandeelhouders verzetten zich daartegen.

In onze positie als deskundige hebben wij de uitkeringstoetsen beoordeeld. De regelgeving werd door de accountant van de vennootschap zeer restrictief uitgelegd. Er was sprake van pensioenaanspraken die op commerciële grondslag substantieel hoger waren dan de voorziening in de jaarrekening. Het bestuur (DGA) vreesde mede daardoor bestuurdersaansprakelijkheid: door een dividenduitkering zou de vennootschap in financiële moeilijkheden kunnen komen. Er staat een zware fiscale sanctie op het niet nakomen van pensioenverplichtingen.

Verder ontbraken recente taxatierapporten van het vastgoed, terwijl de regels voorschrijven dat activa en passiva tegen actuele waarde in de toets moeten worden betrokken. Door het ontbreken van een taxatierapport bestond ook geen objectief beeld van de staat van het vastgoed. Tijdens het onderzoek stelden wij verder vast dat de bedrijfsvoering gepaard ging met hoge management- en beheerkosten.

Het vaststellen van verantwoorde dividendruimte vergt inzicht in de verdiencapaciteit. Verdiencapaciteit is meer dan het vaststellen van de actuele resultaten. Het begrip ziet ook op de resultaten die kunnen worden behaald bij een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering die binnen het bereik van de vennootschap liggen. Een dergelijke bedrijfsvoering is de verantwoordelijkheid van de ondernemingsleiding. Het onderkennen en invulling geven aan deze verantwoordelijkheid is onderdeel van een goede corporate governance..

Wij hebben overwogen dat de onderneming in staat was om bij eventuele problemen door reorganisatie meer marktconform te werken, en een (aanzienlijk) hoger resultaat te behalen. Er was in dat geval geen sprake van continuïteitsdreiging, en daardoor ook geen mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid bij een dividenduitkering. Verder overwogen wij dat de langjarig door de bestuurder geuite wens tot uitbreidingsinvesteringen geen grondslag biedt voor het (blijvend) passeren van dividend, als daartoe steeds geen verplichtingen worden aangegaan,

Ten aanzien van de pensioenverplichtingen hebben wij gerefereerd aan de ‘Praktijkhandreiking pensioen in eigen beheer’ van de SRA. Bij de beoordeling of sprake is van voldoende aanwezig vermogen om pensioenverplichtingen te kunnen nakomen, dient beoordeeld te worden of de vennootschap de mogelijkheid heeft om gedurende de komende jaren een eventueel tekort in te halen.




Peter Hoiting

Geschreven door Peter Hoiting

Indien u meer informatie wilt over dit onderwerp, kunt u contact opnemen met Peter Hoiting. Hij is bereikbaar via e-mail en +31 (0)20 3338630.

Peter Hoiting (1953) is Register Accountant en Register Valuator en sinds 2005 partner bij Sman Business Value.
Meer over Peter Hoiting >