Het verweer tegen een schadeclaim heeft vaak aspecten van een bokswedstrijd [1]: het is een tactisch spel, de dekking moet op orde zijn en het vergt soms een lange adem om op het juiste moment genoeg punten te scoren. Aan de hand van een praktijkgeval wordt in dit artikel nader ingegaan op het belang van goede analyse, uithoudingsvermogen en geduld bij het verweer tegen een schadeclaim.
Bij een geschil over een beroepsfout, werd een technisch expert door een bouw- en asbestverwijderingsbedrijf (hierna “Bouw BV” genoemd) aangesproken op grond van wanprestatie. Volgens Bouw BV had de expert ondeugdelijk advies gegeven, waardoor Bouw BV voor een jaar zijn certificaat was kwijtgeraakt en schade had geleden.
Behalve een conceptdagvaarding, ontving de expert een indrukwekkend schaderapport, waarin de schade van Bouw BV werd becijferd op €1,6 miljoen.[2] In dit schaderapport werd niet alleen schade berekend over het betreffende jaar zonder certificaat, maar werd ook een blijvend verlies van omzet met betrekking tot de asbestactiviteiten geclaimd.
De advocaat van de expert deed een eerste beoordeling van de zaak voor de verzekeraar van de expert. Het schaderapport van Bouw BV zag er indrukwekkend uit, maar de geclaimde schade leek wel erg fors in relatie tot de gemiddelde winst van Bouw BV, het feit dat asbestverwijdering slechts een deel van de activiteiten betrof en de omstandigheid dat de schorsing van het certificaat slechts 1 jaar duurde. Tegen deze achtergrond oordeelde de advocaat dat het niet logisch was gelijk de handdoek in de ring te gooien.
Om hier ook rekenkundig meer onderbouwing bij te krijgen, benaderde de advocaat ons voor een quick scan van het schaderapport. Afgesproken werd dat wij een korte eerste analyse zouden maken van het schaderapport op grond van de beschikbare feiten. Op basis van deze eerste analyse zou vervolgens worden besloten of een meer diepgravend onderzoek lonend was.
Na een korte analyse was de conclusie van onze quick scan duidelijk: de toegepaste schademethode was naar onze mening niet passend bij de zaak, de cijfers waren onvoldoende onderbouwd en sloten niet logisch aan op de historie. Daarnaast werd onvoldoende inzicht gegeven in de feitelijke oorzaken van het omzetverlies en mogelijk alternatieve oorzaken.
Weliswaar was er sprake van enige schade, maar een eerste analyse wees uit dat deze hooguit een kwart bedroeg van het geclaimde bedrag volgend uit het schaderapport. Op basis van deze quick scan werd besloten verder verweer te voeren.
In deze zaak bleken meerdere ronden noodzakelijk, waardoor het uithoudingsvermogen van partijen behoorlijk op de proef werd gesteld. De volgende fase voor ons betrof het nader uitwerken van de quickscan in een meer robuust tegenrapport om hiermee de schikkingsonderhandelingen in te gaan.
Vervolgens werd een minnelijk traject gestart in combinatie met de vraag om meer informatie met betrekking tot de onderbouwing van de claim. Een belangrijk argument voor het verkrijgen van meer informatie bij Bouw BV was de stelling dat de claim van Bouw BV met de huidige onderbouwing bij de rechtbank weinig kans van slagen zou hebben. Op basis van de nadere informatie zou getracht kunnen worden tot een minnelijke oplossing te komen.
Het minnelijke traject verliep vervolgens traag. De benodigde informatie werd slechts in beperkte mate verstrekt en de besprekingen over een minnelijke regeling verliepen stroef. Bouw BV bleef dreigen met het aanhangig maken van een rechtszaak, wat aan onze zijde overigens niet leidde tot andere gedachten omtrent het schadebedrag. Uiteindelijk gaf Bouw BV aan de schadeclaim met 40% te willen matigen. Daarmee was de claim naar ons inzicht echter nog steeds tweemaal zo hoog als de daadwerkelijk aantoonbare schade. Het overleg klapte en Bouw BV gaf aan per direct te zullen dagvaarden.
Ook onder druk van een mogelijke een rechtszaak werd aan onze zijde aan de gekozen route vastgehouden. Eerst zou de wederpartij met meer informatie moeten komen, aangezien op basis van het huidige ‘bewijs’ nog steeds een aanmerkelijk lagere schade aannemelijk werd geacht dan de (inmiddels gematigde) claim.
De aangekondigde rechtszaak volgde echter niet per direct. En ook in de weken na het laatste overleg volgde er nog geen definitieve dagvaarding. Voorzichtig werd het contact tussen advocaten hersteld en werd ons geduld beloond: Bouw BV toonde zich bereid meer informatie op te leveren. Na overleg tussen partijen en met de adviseur van Bouw BV, verkregen wij nader inzicht in de financiële administratie van Bouw BV en de onderbouwing van de claim.
Bij dit nader onderzoek kwam het achterliggende probleem van Bouw BV uiteindelijk boven water: de administratieve vastleg- ging van Bouw BV bleek onvoldoende gespecificeerd om de schadeclaim daadwerkelijk te onderbouwen. Toen dit inzicht uiteindelijk ook bij Bouw BV was doorgedrongen, was de tijd rijp voor de beslissende ronde van schikkingsonderhandelingen.
Aldus werd in minnelijk overleg een schikking bereikt. De vergoeding voor Bouw BV bedroeg uiteindelijk iets meer dan een kwart van de aanvankelijk geclaimde schade. Het na onderhandeling overeengekomen schikkingsbedrag kwam nagenoeg overeen met de inschatting in ons tegenrapport en was daarmee bijna €1 miljoen lager dan de aanvankelijke claim. De expert en diens verzekeraar waren uiteraard zeer content met het behaalde resultaat. Om in bokstermen te blijven: een uitputtende zaak die uiteindelijk overtuigend op punten is gewonnen.
[1] Boksen wordt vaak aangeduid als “the noble art of self defence”, om te benadrukken dat niet het vechten centraal staat maar het verdedigen.
[2] De bedragen zijn vanwege vertrouwelijkheid fictief maar wel in correcte verhouding weergegeven.